leestijd: 9 minuten*

Kiezen voor iets nieuws betekent bijna altijd dat je het bekende achter je moet laten. Letterlijk, zoals bij een verhuizing, een nieuwe studie of een verandering van baan. Maar ook in figuurlijke zin werkt het zo. Als je besluit een nieuwe koers te varen, past dat niet altijd in je oude wereld en betekent het dat je die achter je moet laten. Dat maakt het moeilijk. Want als je aan iets nieuws begint, heb je nog geen wereld opgebouwd en kan het lijken alsof er niets op je wacht dan leegte. Er is dan een sprong van vertrouwen nodig om toch op je eigen kompas te varen.

Mijn eigen sprong

Afgelopen zomer veranderde ik mijn bedrijfsnaam van Mandy van Goeije Illustratie naar “De Betekenis”. Het formulier invullen kostte me tien minuten, maar ik had er reeds jaren op gekauwd. Een nieuwe wereld lonkte. Maar ik had er moeite mee mijn oude wereld los te laten. De laatste jaren was ik vooral werkzaam als online docent. En daaromheen had zich een virtueel wereldje aan sociale contacten gevormd die herhaaldelijk vroegen wanneer ik met een nieuwe cursus kwam. Ik had aangegeven dat ik een zingevingspraktijk wilde starten en geen online creatieve cursussen meer zou geven, maar het was toch helemaal niet nodig om zo moeilijk te gaan doen? Zingeving kwam vanzelf al in mijn cursussen aan bod, toch? En dan sloeg de twijfel toe en borrelde in mij het verlangen op om ze tevreden te stellen. Ik had inspiratie genoeg en kon best nog een cursus lanceren, toch? Ik probeerde het. Maar het lukte niet. Mijn vuur was eruit. En toch had ik er moeite mee mijn oude wereld los te laten en de definitieve sprong te wagen.

Groei behoeft een sprong

Zo’n sprong is nodig. En de oude wereld moet losgelaten worden. Zoals ook je groter gegroeide voeten niet meer in je oude schoenen passen, moet je soms een nieuwe wereld zoeken wanneer je jezelf verder wil ontwikkelen en groeien. Ook al hadden mijn teken- en schildercursussen een bezinnende inslag, de sociale wereld die ik daaromheen had opgebouwd was niet ontvankelijk voor zingevingswerk. Mijn oude wereld wilde alleen dat ene stukje van mij, de rol die zij kenden: de creatieve leraar. En hoewel ik beeldend werk zal blijven maken, past die rol me op dit moment niet meer.

Groeiend verlangen

Ik haal de meeste voldoening uit de momenten dat ik mensen een lichtje bij kan schijnen op hun pad. Als leraar Engels deed ik dat al en ook toen ik kunstzinnige lessen gaf. Niet zozeer in het lesprogramma, maar in de dynamiek tussen mij en mijn cursisten en leerlingen. Het is heel mooi om vaardigheden en kennis door te geven, maar ik vind het oneindig veel belangrijker mensen uit te nodigen de verbinding met zichzelf en hun wereld te verdiepen. Of het nu leerlingen betrof die niet lekker in hun vel zaten of cursisten die een levensverhaal wilden verwerken of helder wilden krijgen middels creatieve technieken. Wanneer leerlingen en cursisten goed in hun vel zitten, gaat het leerproces veel meer vanzelf. Een leerling die ontspannen is, zich veilig voelt en zelfvertrouwen heeft, leert veel makkelijker dan een leerling die om welke reden dan ook met zichzelf in de knoop zit. En een cursist die zijn verhaal wil uitdrukken, leert tien keer sneller tekenen dan in een droge techniekles. Ik wil niet zeggen dat het zinloos is om Engels en tekentechnieken te doceren. Maar mijn kracht en uitdaging liggen ‘ergens anders’.

Twijfel

‘Ergens anders’ is echter overspoeld door coaches, coaches die coaches coachen en coaches die coaches coachen die coaches coachen. Mijn oude wereld hoonde mijn ambitie daarom vaak weg. Wat had ik er te zoeken? Ging ik dan coaches coachen die coaches coachen die coaches coachen die coaches coachen? Ik had er geen antwoord op. Het tijdperk van zinzoeken lijkt soms inderdaad een vrijwel ondoordringbare massa. En als ik die gedachte toeliet, verloor ik de moed en sloeg de twijfel toe. Koos ik die nieuwe, veel te volle wereld waarin je misschien je ellebogen wel moest slijpen om een plekje te vergaren? Of toch maar de oude, bekende wereld die graag betaalde voor nieuw werk?

Wat kies je?

In zo’n denkproces is het heel makkelijk om gedachten als ‘wie ben ik nou helemaal om…?’ heel groot te maken. Je oude wereld zal je er maar zelden bij helpen. Zij kennen je in jouw oude rol. Vaak zullen er maar weinig mensen zijn die je willen steunen en begrijpen wat je wil doen en waarom. Zoek je dan toch in die oude wereld naar antwoorden, dan raden mensen je al gauw een stap naar het nieuwe af waardoor je twijfel alleen maar groeit. En als je niet oppast, ga je in de twijfel geloven en dooft je vlammetje uit. Dan loop je het gevaar in je oude vertrouwde wereld te blijven hangen zonder je er ooit echt nog helemaal thuis te voelen.

Bemoediging

In een gnostieke tekst vond ik bemoediging om toch de sprong in mijn eigen proces te wagen. Logion 31 van het zeer toegankelijk geschreven Het Evangelie van Thomas van Bram Moerland zegt het volgende:

“Een profeet wordt niet geëerd in zijn eigen dorp,
een arts geneest niet zijn eigen vrienden.” [1]

En zo is het ook. Wanneer je je in het leven ontwikkelt, moet je je werkelijk ont-wikkelen uit de vertrouwde wereld die jou in je oude rol kent en je elders weer in-wikkelen in een nieuwe wereld die na verloop van tijd je nieuwe ‘thuis’ wordt. Je moet dan echter wel de sprong wagen en die nieuwe wereld de gelegenheid geven om zich om je heen te vormen. En om die sprong te wagen, is het belangrijk om niet naar buiten te luisteren, maar naar binnen te luisteren, naar wat je innerlijke kompas zegt.

Een onverwacht opstapje

Ik kreeg een zetje uit onverwachte hoek en daardoor was er plotseling een overlap tussen mijn twee werelden. Mijn opa overleed eind 2017. Hij was een narcistische man die zichzelf een leven lang in leugens had gehuld en voordat hij overleed, lukte het me daar een stuk van te ontrafelen. Ik ontdekte een dubbelleven. Het was ontnuchterend en pijnlijk omdat toen pas goed zichtbaar was hoe roekeloos hij was omgegaan met de gevoelens van mensen voor wie hij belangrijk was.

Nieuwe rol in een oude wereld

Ik werd gevraagd te spreken op de uitvaart. Omdat het zo gevoelig lag, voelde ik er aanvankelijk niet veel voor. De uitspraak “over de doden niets dan goeds” was op de uitvaart van mijn opa niet gepast. Maar wat zeg je dan wél? Toen ik echter bedacht wat ik zou zeggen ALS ik iets zou zeggen, vormde zich vanzelf een verhaal met een sterk gnostische inslag. Ik zou immers niet voor mijn opa hoeven spreken. Ik kon het voor de nabestaanden doen. Bijna alle aanwezigen waren wel op de één of andere manier door mijn opa gekwetst. Maar wat had het voor zin om met z’n allen in die pijn te gaan hangen? Ik koos ervoor de pijn te erkennen, maar om de aanwezigen vooral uit te nodigen eens om zich heen te kijken. Wij konden de mensen voor wie we belangrijk waren zien staan en hen liefdevol behandelen. Wij hadden immers gezien wat mijn opa had nagelaten en zouden als geen ander bewust kunnen besluiten niet in zijn voetsporen te treden. Wij konden het zelf beter doen en zo het leven van mijn opa een andere dan alleen maar pijnlijke betekenis geven.

Betekenis

Het werkte. Mensen gaven nadien aan zich getroost te voelen en boze woorden vloeiden af voordat ze werden uitgesproken. Na afloop van de dienst vroeg de uitvaartondernemer of hij mijn rede mocht gebruiken voor andere nabestaanden met precaire familieomstandigheden. Dat komt veel voor en het is dan vaak moeilijk om passende woorden te vinden en de nabestaanden een betekenisvol afscheid te geven.

Achteraf bezien was die dag het moment waarop ik binnen mijn oude wereld in mijn nieuwe rol kon stappen. Dat gaf voldoening en een sterke impuls om mijn zingevingspraktijk door te zetten.

Werk aan de winkel

Er is op het gebied van zingeving namelijk een hoop werk te verzetten. Er is veel lijden in het leven. Je ontkomt er niet aan. En dan hebben we als maatschappij ook nog eens met een flinke hoeveelheid uitdagingen, impulsen en bedreigingen te maken waardoor burn-out, depressie en angststoornissen vaker voorkomen dan ooit tevoren. De reactie daarop is massale symptoombestrijding. We zoeken met z’n allen naar ontspanning, op welke manier dan ook. En ontspanning is natuurlijk goed voor je. Maar alleen ontspanning zoeken, is soms te oppervlakkig. Er is amper oog en tijd voor een fundamentele laag in onze zijnsnatuur die onder al die drukte gebukt kan gaan, namelijk onze zinsbeleving.

De behoefte zien

In de jaren dat ik visuele dagboek workshops gaf, kwamen daar veel mensen op af die waren vastgelopen in het leven. Ze hadden soms een hele rits therapieën en alternatieve trajecten achter de rug. En toch voelde iets vanbinnen niet goed waardoor ze bleven hangen of telkens opnieuw vast kwamen te zitten. Wanneer ze met expressieve technieken een verbinding maakten met hun innerlijke Zelf, kwam heel vaak hetzelfde euvel aan de oppervlakte: ze hadden een enorm zingevingsprobleem. Ze  waren de verbinding met zichzelf en de wereld om hen heen kwijt en veel in hun leven had aan betekenis ingeboet of verloren. Hoe houd je jezelf dan overeind wanneer er een kink in de kabel komt? Waar doe je het eigenlijk nog voor in een wereld waarin er geen voorzienige god meer is, geen hemel meer om naartoe te leven en waarin het leven als een impulskanon op je wordt afgevuurd en je als een hamster in een tredmolen heel hard moet blijven rennen om bij te blijven…

Het zoeken

Ik weet al meer dan twintig jaar dat ik hier mee aan de slag wil. Dat ik mensen een lichtje wil bijschijnen om hun leven bij de bron aan te pakken. Maar ik had niet de juiste tools. Ik ben niet religieus opgevoed en dus was het moeilijk om vanuit die hoek met zingeving aan de slag te gaan. Ook bleek ik te nuchter om mezelf over te geven aan de nieuw bedachte rituelen en waarden van de New Age wereld. Maar bovenal gaven zowel religie als de New Age wereld voor mijn gevoel vooral een uiterlijke vorm weer en niet de inhoudelijke essentie van waar ik mee aan de slag wil. Toen leerde ik het Soefisme kennen. Dat is een mystieke, filosofische stroming uit de Islam waarin liefde en vrijheid als kernwaarden centraal staan. Dat kwam in de richting, maar ik liep tegen de beperking aan dat het Soefisme uit een geloofscultuur voortkomt die mij vreemd is. Het was een brug te ver. Hetzelfde ervaarde ik bij het Boeddhisme.

Het vinden

Maar op een dag vond ik onverwacht het boek Schatgraven in Nag Hammadi[2] van Bram Moerland in de lokale bibliotheek. Een boek over de Gnostiek, de “leer” van de gnosis, wat zoveel betekent als ‘de kennis van het hart’. Ik zet “leer” tussen aanhalingstekens, want als de Gnostiek iets niet kent, is het een leer of een dogma. De Gnostiek is net als het Boeddhisme eerder een filosofische levensweg dan een geloof. Een weg van liefde en vrijheid. Maar in tegenstelling tot het Boeddhisme en het Soefisme voelde ik me met de Gnostiek direct verbonden. Weliswaar door de kerken verketterd, is het immers wel de kernfilosofie onder de christelijke cultuur waarin ik opgroeide. Eén die ik van jongs af aan heb vermoed als vergeten kern van het geloof. Ondanks het feit dat ik niet gelovig ben opgevoed, zijn we hier in het Westen zo ingebed in die geloofscultuur en alles wat daar uit voortkwam, dat de gnostiek voelde als ‘thuiskomen’. Het was bekend. Ik moest wel een drempel over stappen om logia te lezen waarin uitspraken van Jezus worden aangehaald. Maar de Gnostiek ziet Jezus niet als zoon van god, maar als mens, een leermeester. En daar kon ik wat mee.

Gnosis

Binnen de Gnostiek draait het om gnosis, het innerlijke weten van het hart. Het stoelt op de basisovertuiging dat iedereen een innerlijk kompas heeft en dat mensen die met dat innerlijk weten van het hart verbonden zijn, in staat zijn om in vrijheid naast elkaar te leven en de ander te laten leven zoals die wil leven. Want vrijheid betekent nooit alleen maar de vrijheid krijgen of nemen. Als jij vrij bent om te leven zoals je wil, dan is je buurman dat automatisch ook. Er bestaat natuurlijk een heel dynamisch spanningsveld tussen de grenzen van de vrijheid van de één en van de ander, maar we hebben allemaal een innerlijk kompas om daar omheen of tussendoor te navigeren. En dat is precies wat ik deed bij de uitvaart van mijn opa. De algehele tendens rondom zijn overlijden was er één van littekens die hij had nagelaten en het zou heel makkelijk zijn geweest om dat voor de groep te ventileren nu hij geen weerwoord meer kon geven. Sterker nog, er waren dergelijke woorden voorbereid. Maar ik koos ervoor te erkennen dat mijn opa de vrijheid had gehad om zo te leven. Dat had ons pijn gedaan. Maar wij hadden op onze beurt de vrijheid om ondanks die pijn – of misschien juist wel dóór die pijn – de keuze te maken liefdevoller door het leven te gaan en oog te hebben voor de ander.

De sprong

De uitvaart van mijn opa was de eerste keer dat ik opstond en mijn verhaal vertelde. In mijn ‘oude wereld’, nog wel. De Betekenis is het tweede podium dat ik beklim. Daarmee laat ik mijn oude, vertrouwde leven in zekere zin achter me. Spannend, maar in de uitspraak van Jezus als mens en leermeester in logion 31 voel ik me aangemoedigd. Ik ben een beetje uit mijn oude wereld gegroeid. Het is tijd om een nieuwe aan te trekken.


[1] uit: Het Evangelie van Thomas door Bram Moerland, Uitgeverij Synthese

[2] Opnieuw uitgegeven bij uitgeverij Synthese onder de titel Gnosis en Gnostiek

* de aangegeven leestijd is gebaseerd op de gemiddelde leessnelheid van 265 woorden per minuut zoals het platform Medium die als uitgangspunt neemt.